HBP Media Freelancers in verslaggeving

info@hbpmedia.nl

Windpark Zeewolde mag er komen

| | 0 Comments

Het inpassingsplan ‘Windpark Zeewolde’ blijft in stand. De bezwaren tegen zowel het inpassingsplan van de toenmalige ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu als de bijbehorende vergunningen die het windpark mogelijk maken, zijn ongegrond. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (19 december 2018).

Dit betekent dat er in het zuidelijk deel van Flevoland 91 nieuwe windturbines mogen komen en dat de 221 bestaande windturbines dan moeten worden afgebroken. Tegen het windpark waren eigenaren van bestaande windturbines en omliggende percelen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Schaarse publieke rechten 

Windpark Zeewolde B.V. gaat het windpark bouwen. Maar de eigenaren hadden zelf in aanmerking willen komen om (een deel van) het project uit te voeren. Zij vinden dat er bij het inpassingsplan en de bijbehorende vergunningen ‘schaarse publieke rechten’ zijn toebedeeld. Voor de toedeling van zo’n schaars recht gelden speciale regels die waarborgen dat een transparante procedure wordt gevolgd. Die regels zijn hier ten onrechte niet nageleefd volgens de eigenaren. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat standpunt niet. De eis dat het project door één initiatiefnemer moet worden uitgevoerd staat niet in het inpassingsplan. Daarom verdeelt de overheid in dit geval geen schaarse rechten en gelden er geen speciale regels.  

Verschillende bestuurlijke ambities

De bezwaren tegen het windpark komen ook van woningbouwontwikkelaars. Zij vinden dat het inpassingsplan op gespannen voet staat met de ambitie van het Rijk om de komende jaren 15.000 woningen in zuidelijk Flevoland (Oosterwold) te bouwen. Het is “primair aan de ministers om in een geval als dit waarin voor een gebied verschillende bestuurlijke ambities zijn uitgesproken daarover een keuze te maken”, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.  

Naar haar oordeel hebben de ministers in redelijkheid voor het windpark kunnen kiezen. Daarbij neemt de Afdeling bestuursrechtspraak in aanmerking dat het bestemmingsplan Oosterwold een zogenoemd experimenteerplan is. Hierin zijn voor woningen en andere mogelijke functies nog geen concrete locaties aangewezen. Dat bestemmingsplan biedt alleen de mogelijkheid om binnen de randvoorwaarden van dat plan een omgevingsvergunning te krijgen. Dat maakt de woningbouwplannen nu nog onzeker.

Handhaven bestaande windturbines 

Er zijn daarnaast bezwaren van eigenaren van bestaande windturbines die niet willen dat die worden afgebroken. Hoewel de Afdeling bestuursrechtspraak de belangen van die eigenaren onderkent, vindt zij dat de ministers een groter belang mochten toekennen aan het opwekken van meer energie en de verbetering van het landschap. Voor de bestaande 221 turbines komen er immers maar 91 nieuwe terug die beduidend meer capaciteit hebben dan de bestaande. Verder bepaalde het bestemmingsplan voor het buitengebied dat de bestaande windturbines er maar beperkte tijd mochten staan. Daarom is de inbreuk die op de rechten van de eigenaren wordt gemaakt “niet onredelijk”.

Conclusie staatsraad advocaat-generaal 

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft in deze procedure eerder staatsraad advocaat-generaal Widdershoven verzocht om een conclusie te nemen over het onderwerp ‘schaarse publieke rechten’. Hij heeft op 6 juni 2018 een conclusie uitgebracht. Een conclusie van de staatsraad advocaat-generaal geeft voorlichting aan de Afdeling bestuursrechtspraak, maar bindt haar niet.

Reageer op dit onderwerp