Wel schuldig geen straf voor boer uit Mariënveld voor organiseren verboden samenkomst

ZUTPHEN – De kantonrechter oordeelt dat een 40-jarige boer uit Mariënvelde schuldig is aan het toelaten van een verboden samenkomst in zijn weiland op 30 april 2020 (Noodverordening COVID-19), maar legt hem geen straf op. Volgens de kantonrechter is er sprake van het overtreden van de Noodverordening, maar is er op het gebied van handhaving tijdens de samenkomst het nodige verzaakt. Daarom legt de kantonrechter geen straf op aan de boer.

De boer kreeg een strafbeschikking van 1.000 euro voor het hebben van zo’n 250 trekkers in zijn weiland. De boer stelde zijn weiland open voor collega-boeren om deel te nemen aan een actie om met trekkers het logo van 75 jaar vrijheid uit te beelden. De boer kreeg het verwijt dat hij door het openstellen van zijn weiland de Noodverordening COVID-19 heeft overtreden.

In de noodverordening COVID-19 staat onder meer dat  samenkomsten verboden zijn. De Veiligheidsregio wil op deze manier bepalen wat wel of niet kan en voorkomen dat een individu op eigen houtje samenkomsten organiseert en daarmee de volksgezondheid in gevaar brengt.

Publieke sfeer geraakt

Volgens de officier van justitie bestaat er geen enkele twijfel dat de actie in zijn weiland plaatsvond en dit, ondanks dat er buiten de deelnemers geen publiek bij was, de publieke sfeer heeft geraakt. Hierdoor is deze actie in strijd met de Noodverordening en heeft de boer daarmee deze verordening overtreden.  Volgens de advocaat van de boer is geen sprake van een overtreding. De boer liet trekkers op zijn grond toe en handelde in de geest  van de noodverordening door de coronaregels na te leven. Daarnaast was er volgens de advocaat geen sprake van een samenkomst van personen, maar van voertuigen. Verder was er tegen andere bijeenkomsten niet opgetreden. De advocaat vroeg daarom aan de kantonrechter om de boer vrij te spreken.

Wel schuldig, geen straf

De kantonrechter acht het feit wettelijk en overtuigend bewezen. De kantonrechter oordeelt dat de boer wist dat de samenkomst in strijd was met de geldende regels. Daarbij had volgens de kantonrechter de organisatie niet op eigen houtje mogen beslissen om zonder vergunning  een bijenkomst te organiseren, maar dit aan de overheid moeten overlaten om de samenkomst toe te staan of niet.

Maar de kantonrechter stelt de gang van zaken met betrekking tot het handhaven van de samenkomst ter discussie. Volgens de rechter hadden de handhavers eerder kunnen en moeten ingrijpen. Vooraf was contact geweest met de boer en  met de organisatie. Toen had de politie de boer en anderen kunnen meedelen dat de actie illegaal is en zou worden gehandhaafd. De rechter oordeelt bovendien dat de handhavers tijdens de samenkomst personen had kunnen aanspreken die de Noodverordening  niet naleefden. Om achteraf  de boer – die zijn weiland openstelde – te  beboeten vindt de kantonrechter ongepast. De kantonrechter oordeelt daarom dat de boer zich wel schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van de Noodverordening, maar hier geen straf voor moet krijgen.

Geef een reactie