25 september 2020

HBP Media

Freelance verslaggeving

Vier jaar cel voor inbreker die het vooral gemunt had op ouderen

ALKMAAR – De 27-jarige Bert V. uit Bovenkarspel is door de rechtbank in Alkmaar veroordeeld tot een celstraf van 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor meerdere inbraken en dan vooral bij ouderen . Ook krijgt V. een proeftijd van drie jaar met voorwaarden.

Bert V. heeft in de periode van 13 augustus 2019 t/m 7 oktober 2019 samen met anderen 11 inbraken gepleegd verspreidt over het hele land. In West-Friesland had hij het vooral gemunt op woningen in Hoorn, Zwaag, Wognum, Hoogkarspel, Schagen en Medemblik. Daarnaast heeft hij ook ingebroken in Haarlem Someren en Melick. In totaal moest V. terechtstaan voor 17 feiten.

Volgens de rechtbank ging V. vooral sluw te werk en zocht hij vooral als doelwit kwetsbare ouderen uit om daar in te breken en te beroven. Bij zijn strooptocht maakte V. een geldbedrag van een kleine 19.000 euro buit, en daarnaast ook diverse goederen.

De advocaat van V. mr. Aalmoes wilde vrijspraak voor haar cliënt op een viertal zaken. Volgens haar was er onvoldoende bewijs aanwezig om haar cliënt hier van te verdenken. Ook verschillen de verklaringen van een aangever en een getuige bij een telefoondiefstal en zat er volgens de advocaat te weinig tijd tussen de diefstal en het moment dat de telefoon werd gebruikt.

De rechter ging wat de eis om vrijspraak betrof voor feit 1, 3, 4 en 7 en de zaken 12 en 14 mee met de advocaat en sprak V. daarvan vrij, omdat de goederen die V. zou hebben gestolen niet bij hem zijn aangetroffen.

Bert V. zelf heeft toegegeven dat hij bij de inbraken en diefstallen betrokken was maar enkel als afleiding voor de bewoners van de woningen waar werd ingebroken. V. ging dan met een koffer naar de woning en deed alsof hij de verwarming kwam controleren. Een mededader doorzocht dan ondertussen de woning en nam spullen mee. Via Whatsapp hielden de 2 contact met elkaar.

De officier van justitie vond dat wel alle feiten bewezen waren en eiste daarom een gevangenisstraf voor de duur van 4.5 jaar met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaar met voorwaarden.

De advocaat van V. vond dit te lang en vroeg de rechtbank een celstraf voor de duur van 18 maanden op te leggen met aftrek van voorarrest en zes maanden voorwaardelijk.

De rechtbank veroordeeld Bert V. tot 4 jaar cel, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met daaraan voorwaarden verbonden. De rechtbank rekent het de verdachte ook aan dat hij niet volledige verantwoordelijkheid heeft genomen door een deel van de feiten niet te bekennen. Daar komt bij dat hij voor de feiten die hij wel heeft bekend een volstrekt onaannemelijke verklaring heeft gegeven (namelijk dat hij geld nodig had voor de behandeling van zijn ernstig zieke zwager) die hij op geen enkele wijze van een begin van toelichting of onderbouwing heeft voorzien.