Transportbedrijf Peter Appel moet chauffeur toch achterstallig loon betalen

Dit bericht is 107 keer gelezen

In een eerder tussenvonnis werd het transportbedrijf uit Middenmeer al veroordeeld tot het betalen van het achterstallige salaris maar in de slotvonnis van de kantonrechter wordt dit nogmaals bekrachtigd

Alles draait om de vergoeding over de gemaakte overwerkuren en de extra beloning. De chauffeur heeft al deze uren in een tabel opgenomen en per periode en per jaar gespecificeerd. Al deze overwerkvergoedingen en extra beloningen zijn bij elkaar opgeteld en gedeeld door het totaal aantal daadwerkelijk gewerkte dagen in dat jaar. Dat resulteert in een gemiddelde extra vergoeding per dag en dat is als vergoeding genomen wat extra moet worden betaald over de vakantiedagen in dat betreffende jaar. [eiser] heeft daarbij aangetekend dat de vergoeding voor overwerk en het opgenomen verlof per salarisperiode telkens één salarisperiode later zijn verwerkt.

Verder stelt de chauffeur dat hij het niet eens is met de berekeningsmethode zoals die op de website van de CNV is opgenomen omdat deze van toepassing is op vakantiedagen vanaf 1 januari 2019 en zijn vordering een extra vergoeding over de vakantiedagen over de periode 6 van 2014 tot en met 30 april 2018 betreft. Daarnaast meent de chauffeur dat het niet juist is dat slechts 90% van de waarde van de toeslagen worden meegenomen in de berekening van de toeslagen en dat slechts 22,75% van het functieloon wordt meegerekend. Volgens de chauffeur dient 100% van de waarde van de toeslagen te worden meegenomen en het volledige functieloon.

Transportbedrijf Appel voert, voor zover van belang, aan dat het gemiddelde per dag dient te worden berekend aan de hand van de gegevens van het voorgaande jaar. Verder voert Appel aan dat [eiser] ten onrechte rekening heeft gehouden met een gemiddeld aantal werkdagen in plaats van het daadwerkelijk aantal werkdagen. Ook meent Appel aan dat de chauffeur ten onrechte alle bovenwettelijke vakantiedagen in aanmerking heeft genomen. In dit verband wijst Appel op hetgeen op de website van CNV over deze materie is opgenomen. Voorts betwist Appel nogmaals het structurele karakter van het overwerk.

Een en ander maakt volgens Appel dat de vordering van de chauffeur niet eenvoudig kan worden vastgesteld en dat de vordering van de chauffeur ondeugdelijk is omdat is uit gegaan van uitgangspunten die niet juist zijn. In de visie van Appel is dat een extra reden om de chauffeur het bedrag van € 750,- toe te kennen. Dit bedrag is door zowel werkgevers als werknemers redelijk geacht om een eventuele aanspraak af te dekken en voorziet in een gelijk deel voor iedere werknemer. Bovendien heeft dit tot gevolg dat er geen discussie is over de over en weer gemaakte berekeningen.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Dit betreffen eindbeslissingen. Hetgeen van de zijde van Appel in reactie op de akte van de chauffeur naar voren is gebracht ten aanzien van de verplichting tot overwerk en het structurele karakter van het overwerk laat de kantonrechter dan ook verder buiten beschouwing. Dat geldt eveneens voor wat Appel heeft aangevoerd over de bovenwettelijke vakantiedagen en de vergoeding van € 750,-. Ook dat is reeds in het tussenvonnis aan de orde gekomen. Dit betekent dat de beoordeling zich thans beperkt tot de hoogte van de vordering, in het bijzonder de berekening daarvan.

De kantonrechter veroordeeld Transportbedrijf Peter Appel dan ook tot het betalen van € 3.842,31 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de gehele betaling.

Reageer op dit nieuwbericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

%d bloggers liken dit: