OM. eist celstraf tegen 21-jarige verdachte brandstichting GGD teststraat Urk, ook 16-jarige inwoner Lemmer moet de cel in

LELYSTAD – Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag een gevangenisstraf van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, geëist tegen de 21-jarige J. van den B.. Hij wordt ervan verdacht op 23 januari dit jaar brand te hebben gesticht in de GGD-teststraat op Urk. Tegen een 16-jarige jongen uit Lemmer die verdacht wordt van hetzelfde feit is 229 dagen jeugddetentie, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 120 uur geëist. De jongen is ook vervolgd voor een losstaande diefstal en vernieling.

Op veel plekken in Nederland was het op en rond 23 januari onrustig nadat de avondklok als coronamaatregel werd ingevoerd. Ook op Urk verzamelde zich na het ingaan van de avondklok op 23 januari een groep relschoppers die met stenen en vuurwerk gooide en vernielingen aanrichtte. Dieptepunt die avond was het in de brand steken van de GGD teststraat; een cruciale voorziening bij de bestrijding van de coronapandemie. De teststraat raakte zwaar beschadigd en was onbruikbaar na de brand. De maatschappelijke verontwaardiging was groot.

Kreeg er geld voor

De 21-jarige van den B. kwam na een tip aan de politie in beeld als verdachte. Vervolgens werd hij op verschillende camerabeelden herkend. Tijdens een politieverhoor heeft de verdachte bekend de brand te hebben gesticht met de medeverdachte. Hij stelt dat hij geld aangeboden zou hebben gekregen om de brand te stichten. Over wie dat geld aangeboden zou hebben kan van den B. echter weinig concreet worden. Het politieonderzoek naar een door de van de B. genoemde ‘Appie’ is al snel doodgelopen. Het feit dat op camerabeelden te zien is dat van den B. na de brandstichting juichend de teststraat uit komt, doet vermoeden dat hij trots was op zijn daad. Dit blijkt ook uit chatberichten die verdachte dezelfde nacht nog verstuurde.

Bij het bepalen van de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden. De teststraat was een bewust gekozen doelwit. Behalve dat de teststraat op Urk onbruikbaar raakte, werd ook het veiligheidsgevoel van vele GGD-medewerkers door het hele land aangetast. “Voor iedere medewerker van de GGD die zich inzet om de coronamaatregelen uit te voeren, is zo’n actie een mes in de rug. Maar ook op veel mensen die zich wel aan de maatregelen houden, heeft deze zinloze actie veel indruk gemaakt”, aldus de officier van justitie.

Tegelijkertijd houdt het Openbaar Ministerie wat betreft van den B. er rekening mee dat hij een kwetsbare jongeman is met diverse beperkingen. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat hij als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Dit alles afwegende komt de officier van justitie tot de eis van twee jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk. Van den B. zit sinds zijn aanhouding op 16 februari in voorarrest.

De strafzaak tegen de 16-jarige verdachte is, omdat hij minderjarig is, achter gesloten deuren behandeld.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Op 1 februari van dit jaar werd ook al een 21-jarige man uit Emmeloord aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de brand in de teststraat. Het onderzoek in deze zaak loopt nog. Deze man wordt verdacht van poging brandstichting door een brandbare vloeistof toe te voegen aan de reeds uitgebroken brand.