Malafide dakdekker uit Muiden hoort celstraf en beroepsverbod eisen

Dit bericht is 75 keer gelezen

Het was niet de eerste keer dat de inmiddels 50-jarige dakdekker G. ter H. uit Muiderberg zich voor de rechter moest verantwoorden vanwege oplichtingen. Ook in 2015 werd H. veroordeeld voor oplichting vanwege het niet of niet goed verrichten van dakwerkzaamheden, terwijl hij wel forse voorschotten had gevraagd voor de aanschaf van materialen. Naast een celstraf en vergoeding van de schade aan de slachtoffers eiste de officier dat H. zijn beroep van dakdekker vijf jaar lang niet meer mag uitoefenen: ‘deze praktijk moet een halt worden toegeroepen’.

In de zaak die gisteren bij de rechter werd behandeld, ging het om elf oplichtingen. Niet alleen lijken deze oplichtingen op elkaar, ook zijn er overeenkomsten met de oplichtingen waar hij eerder voor veroordeeld is. In de meeste gevallen die gisteren werden behandeld, benaderde H. de slachtoffers en zei dat hij gebreken aan de daken had geconstateerd die verholpen moesten worden. Hij gaf zijn kaartje en bood aan de werkzaamheden te verrichten. De slachtoffers, in veel gevallen wat oudere mensen, dachten met een bonafide dakdekker te maken te hebben en vertrouwden op zijn deskundigheid.

Vervolgens zorgde hij dat zijn klanten forse, contante aanbetalingen deden om materialen te kopen. In een aantal gevallen vroeg hij om nog meer geld omdat er nieuwe gebreken zouden zijn geconstateerd en was hierbij dwingend in zijn communicatie. In een enkel geval leverde hij wat materiaal of verrichtte hij enkele werkzaamheden; in de meeste gevallen verrichtte hij geen werk en liet niets meer van zich horen. Als de klanten hem hierover benaderden, was hij niet goed bereikbaar of hij kwam met uitvluchten om het werk niet te hoeven doen.

De slachtoffer waren particulieren uit Muiderberg, Bussum en Bilthoven, en in een geval ging het om het Denksportcentrum in Bussum. De officier van justitie vond in negen gevallen de oplichting bewezen. In één geval waren de werkzaamheden niet goed of volledig uitgevoerd, en het andere geval kon het slachtoffer weten dat H. een verkeerde voorstelling van zaken gaf. In deze beide zaken is de grens van de strafbare oplichting niet gehaald, maar is er sprake van civielrechtelijke wanprestatie.

De officier hekelde de grove manier waarop H. misbruik had gemaakt van het vertrouwen van zijn klanten en zijn planmatige en brutale manier van werken. Zij zijn niet alleen financieel gedupeerd maar hebben veel overlast ervaren. “Verdriet, woede en onmacht sijpelen net als de vele lekkages aan hun daken door deze strafzaak”, merkt hij op. Hij eiste voor de negen oplichtingen een gevangenisstraf van24 maanden, en nog eens tien maanden voor het voorwaardelijke deel van de eerder opgelegde straf. H. liep immers nog in zijn proeftijd voor deze straf. De slachtoffers moeten daarnaast schadeloos worden gesteld tot een totaalbedrag van 56.000 euro. Omdat H. niet van het verleden heeft geleerd en niet van ophouden weet, moet voorlopig een eind worden gemaakt aan deze praktijk. De officier eiste daarom ook dat H. voor een periode van vijf jaar wordt ontzet uit de uitoefening van zijn beroep als dakdekker en bouwvakker. Ook mag hij geen bestuurder meer zijn van een bouwbedrijf.

De rechtbank doet uitspraak op 29 december.

Reageer op dit nieuwbericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

%d bloggers liken dit: