Kunstcollectie van Rob Scholte museum mag executoriaal geveild worden

Dit bericht is 179 keer gelezen

In een arrest oordeelt het Gerechtshof in hoger beroep over de vraag of de gemeente mag overgaan tot veiling van de kunstcollectie van het Rob Scholte museum.

In deze procedure bevestigt het Gerechtshof het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2021 waarin de rechtbank oordeelde dat de gemeente mocht overgaan tot veiling van de kunstcollectie.

Het Gerechtshof oordeelt dat er geen reden is om de executie van de kunstcollectie nog verder op te houden. De voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 heeft volgens het Gerechtshof voldoende gelegenheid gehad om de kunstcollectie naar eigen inzicht te verkopen. Dit heeft tot niets geleid. Daarbij heeft het Gerechtshof in overweging genomen dat de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 in de afgelopen periode geen enkel initiatief voor verkoop heeft ondernomen.

Net als de rechtbank vindt het Gerechtshof dat BVA Auctions geschikt is om deze veiling uit te voeren.

Van vernietiging van het levenswerk van de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 is volgens het Gerechtshof geen sprake. De veiling leidt er slechts toe dat de collectie in andere handen komt. Ook verhindert de veiling niet dat de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 nieuwe kunst kan maken.

De voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 hoeft niet te worden betrokken bij de veilingen. Hij heeft geen inspraak. Wel mag hij, als hij dat wilt, na de eerste veiling zijn ideeën en gedachten hierover aan de gemeente en BVA Auctions kenbaar maken, zodat dit bij het verdere verloop kan worden meegewogen. Het Gerechtshof heeft hierbij aangegeven dat het uiteindelijk aan de gemeente blijft hoe de verkoop na de eerste veiling wordt voortgezet.

Geen herziening van eerder arrest

In het andere arrest oordeelt het Gerechtshof over een door de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 ingediend herzieningsverzoek.

De voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 had gevraagd om herziening van het arrest van ditzelfde Gerechtshof van 13 maart 2018 waarin was geoordeeld dat hij uit het voormalig Postkantoor mocht worden ontruimd.

Het Gerechtshof ziet geen reden om dit arrest te herzien. Volgens het Gerechtshof was er destijds voldoende spoedeisend belang om te ontruimen. De argumenten die door de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 worden aangedragen om dit arrest te herzien, acht het Gerechtshof niet relevant.

Een door de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 separaat ingediende provisionele voorziening wordt wegens een gebrek aan belang door het Gerechtshof afgewezen. Deze provisionele voorziening was vorig jaar de aanleiding voor het Gerechtshof om te kijken of het partijen lukte om minnelijke overeenstemming te bereiken. Toen dit niet mogelijk bleek, is de beoordeling van de provisionele voorziening door het Gerechtshof hervat. Dit leidt nu tot afwijzing van deze provisionele voorziening.

In beide procedures moet de voormalig gebruiker van Middenweg 172-174 de proceskosten aan de gemeente vergoeden.

Reageer op dit nieuwbericht
%d bloggers liken dit: