Inwoner Koog aan de Zaan moet zes jaar de cel in voor doden dochtertje

Dit bericht is 108 keer gelezen

De rechtbank Noord-Holland heeft de 33-jarige Józef B. veroordeeld voor het opzettelijk doden van zijn dochter die drie maanden oud was. Dat gebeurde in februari 2017 in Koog aan de Zaan. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf opgelegd van zes jaar.

Incident

Op 3 februari 2017 was B. samen met zijn dochter in de woning in Koog aan de Zaan. De partner van B. had de woning even verlaten om boodschappen te doen. Kort nadat zij was teruggekeerd zag zij dat het niet goed ging met haar dochter. Het meisje is in comateuze toestand naar het ziekenhuis overgebracht, waar zij drie dagen later is overleden.

Onderzoek naar de doodsoorzaak

Er is door deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzoek gedaan naar de doodsoorzaak. Uit de onderzoeken is gebleken dat het meisje is overleden als gevolg van zeer ernstig hersenletsel. Er zijn geen medische oorzaken die dit letsel kunnen verklaren. Ook kan het letsel niet worden verklaard door milde of beperkte uitoefening van kracht, andere ‘huis-, tuin-, en keukenongevallen’ of gebruikelijke verzorgingshandelingen. Volgens de deskundigen is het hersenletsel aan het meisje toegebracht en past het letsel bij bijvoorbeeld het hevig heen en weer schudden van het meisje of het uitoefenen van geweld op haar hoofd.

B. heeft verklaard dat het meisje enkele weken eerder ook in het ziekenhuis was opgenomen nadat hij haar had moeten reanimeren. Volgens B. heeft het ziekenhuis toen mogelijk een diagnose gemist. Dit acht de rechtbank echter niet aannemelijk: deskundigen constateren dat het letsel van het meisje niet past bij een medische aandoening. Bovendien is het fatale letsel volgens deskundigen ontstaan zeer kort (enkele seconden) voordat het meisje in comateuze toestand belandde en haar reflexen uitvielen. De rechtbank volgt daarom de conclusie van de deskundigen dat het hersenletsel waaraan het meisje is overleden, is veroorzaakt door enige vorm van geweld.

Oordeel rechtbank

B. was de enige die zich in de buurt van het meisje bevond vlak voordat zij onwel werd. Het kan daarom niet anders dan dat hij degene is geweest die het fatale letsel heeft veroorzaakt, oordeelt de rechtbank. Omdat dit letsel volgens de deskundigen alleen door gewelddadig gedrag kan zijn toegebracht, vindt de rechtbank bewezen dat de man het meisje opzettelijk van het leven heeft beroofd.

Het meisje had haar hele leven nog voor zich en dat leven is haar door het handelen van haar eigen vader ontnomen. B. heeft geen opening van zaken gegeven over wat er zich de momenten voor het overlijden van zijn dochter heeft afgespeeld. Hierdoor laat hij de rechtbank en – belangrijker nog – zijn naasten in het ongewisse over wat er met haar is gebeurd. Het overlijden van het meisje brengt vanzelfsprekend in de naaste omgeving groot verdriet met zich, maar ook de samenleving ondervindt een schok en ervaart bij een dergelijk feit gevoelens van verontwaardiging.

De rechtbank weegt bij de strafoplegging in matigende zin mee dat B. het verlies van zijn dochter en zijn aandeel daarin zijn verdere leven met zich mee zal moeten dragen. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij een jong gezin heeft dat van hem afhankelijk is. Tot slot weegt de rechtbank mee dat B. en zijn partner bijna vijf jaren in onzekerheid hebben moeten leven over de afloop van de zaak.

Reageer op dit nieuwbericht
%d bloggers liken dit: