Afdeling bestuursrechtspraak doorbreekt patstelling en stelt identiteit vast

DEN HAAG – De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van vandaag (16 juni 2021) de identiteit en nationaliteit van een vreemdeling definitief vastgesteld. Daarmee is een einde gekomen aan jarenlange procedures die de man voerde tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De inzet van de man was steeds om zijn identiteit met Iraakse nationaliteit definitief vast te stellen en af te komen van zijn andere identiteit met Jordaanse nationaliteit waar de staatssecretaris van uitgaat.

Patstelling

Het begon allemaal in 2002 toen de staatssecretaris de asielvergunning van de man introk, omdat hij niet de identiteit met Iraakse nationaliteit zou hebben die hij bij zijn asielaanvraag had opgegeven. In de twintig jaar daarna voerde hij verschillende procedures om zijn identiteit met Iraakse nationaliteit aan te tonen. In 2019 vroeg hij de staatssecretaris om het intrekkingsbesluit uit 2002 te herzien. De staatssecretaris wees dat verzoek echter af, omdat de man formeel geen nieuwe feiten en omstandigheden zou hebben aangevoerd voor een herziening. Om de “uitzonderlijke en slepende patstelling te doorbreken” gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak van vandaag voorbij aan de formele vraag of de staatssecretaris wel of niet verplicht was om zijn besluit uit 2002 te herzien.

Wie moet wat bewijzen?

De uitspraak spitst zich toe op de vraag of de staatssecretaris van de vreemdeling mocht vragen om te bewijzen dat hij niet de identiteit met Jordaanse nationaliteit heeft. Daarbij is het Iraakse paspoort voor de vreemdeling van groot belang. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak ligt het op de weg van de staatssecretaris om onderzoek te doen naar de identiteit met Iraakse nationaliteit in plaats van de vreemdeling te vragen te bewijzen dat hij niet de Jordaanse identiteit en nationaliteit heeft. Toch ziet de Afdeling bestuursrechtspraak geen aanleiding om de staatssecretaris alsnog op te dragen dit onderzoek te doen, omdat de staatssecretaris niet duidelijk heeft gemaakt hoe zij nu nog uitsluitsel kan krijgen over de identiteit van de vreemdeling. Daarmee wordt de patstelling dus niet doorbroken. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt daarom zelf in de uitspraak de identiteit en Iraakse nationaliteit van de man definitief vast.