56-jarige inwoner Utrecht veroordeeld voor poging auto van ex-vriendin op te blazen met vuurwerk

UTRECHT – De 56-jarige E.N uit Utrecht is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Hij knoopte samen met een 54-jarige mededader, meerdere stukken vuurwerk aan elkaar en gooide dit in de auto van zijn ex-partner. Ook die andere man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk.

Wel steekvlam, geen ontploffing

Op 1 januari vorig jaar bonden de twee meerdere cobra’s aan elkaar vast. Vervolgens sloegen ze een ruit van de auto van de ex-partner van N.  in. Ze staken het vuurwerk aan en gooiden dit in de auto van het slachtoffer. Het vuurwerk zorgde wel voor een steekvlam, maar kwam niet tot ontploffing. Een alerte buurtbewoner waarschuwde de politie. De straat waarin de auto geparkeerd stond, was vervolgens enkele uren afgesloten voor politieonderzoek. Omdat niet duidelijk was óf het om een explosief ging en hoe gevaarlijk dit was moesten ook enkele directe buren hun huis tijdelijk verlaten.

Impact

Uit onderzoek van het NFI blijkt dat de aan elkaar vastgeplakte cobra’s niet voldoende kracht hadden om gevaar te veroorzaken voor goederen of personen. De rechtbank komt mede daardoor tot de conclusie dat beide verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan bedreiging met brandstichting en de andere man ook aan vernieling van de autoruit. De impact hiervan was niet alleen voor het slachtoffer groot, maar heeft ook bijgedragen aan gevoelens van angst en onveiligheid in de buurt.

Gevangenisstraf

Uit verklaringen van een getuige komt naar voren dat het medeverdachte is geweest die uiteindelijk het vuurwerk in de auto heeft gegooid, maar dat het initiatief van de ex-vriend van het slachtoffer kwam. Deskundigen zeggen dat bij die ex-vriend diverse stoornissen spelen, waaronder een verstandelijke beperking, ADHD en depressiviteit. Vanwege deze stoornissen is het feit in verminderde mate toe te rekenen aan G..

De rechtbank is van oordeel dat dit soort feiten niet anders bestraft kunnen worden dan met een gevangenisstraf. Beide mannen worden voor hun rol veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Omdat beiden die tijd al in voorarrest hebben gezeten, hoeven ze nu niet terug naar de gevangenis. N. man wordt inmiddels begeleid en zal deze hulp ook vrijwillig voortzetten. De rechtbank legt hem wel een contactverbod op met zijn ex-partner. De andere man moet ook hulp zoeken en in overleg met de reclassering zoeken naar een instantie waar hij onder begeleiding kan wonen.